EN
1/9
Meteorologie

Druk en wind

Lucht stroomt van hoge naar lage druk. Hoe groter het drukverschil over een afstand, hoe harder het waait. Op een weerkaart zie je dat aan de isobaren: lijnen die plaatsen met dezelfde luchtdruk verbinden.

Maar de aarde draait onder de stromende lucht door. Daardoor buigt de wind af: op het noordelijk halfrond naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links. Die schijnbare kracht heet de corioliskracht.

Boven de wrijving met de grond, vanaf ongeveer 2.000 ft, buigt de wind zo ver af dat hij langs de isobaren waait in plaats van er dwars overheen.