EN
1/8
Weer

Wolken

Wolken ontstaan als vochtige lucht afkoelt tot het dauwpunt. De waterdamp condenseert dan tot druppeltjes of ijskristallen.

Je deelt wolken in naar de hoogte van hun basis: laag, middelhoog en hoog. In de gematigde breedtes liggen lage wolken onder ongeveer 6.500 ft en hoge wolken boven ongeveer 20.000 ft. Sommige wolken groeien door alle lagen heen.

De namen vertellen hoe ze eruitzien: stratus is een laag, cumulus een stapel en cirrus een vezel. Alto staat voor middelhoog en nimbo voor neerslag.